welcome to mariskaas

welkom welcome

ik hoop dat u hier enige tijd vertoeft i hope you stay a while 

ik schrijf wat ik schrijf ter lering ende vermaeck and enjoy

van en voor mezelf some words

in de hoop dat u een tijdje and hopefully one or two

meeloopt ring as true 

en een waar woord vindt, of misschien twee to you

 

 

 

english

sometimes i write in english because i think of you and you

do you remember the times we were in the garden of eden?

do you remember we ate from the pomegranate?

do you remember the cherries we would find in the orchard

eating the cherry was almost as good as goodness can be

 

i write to you in english because i think of you and of you, and yes ofcourse, you too

i remember you well and do not fear

for i do not see in your mind

i see in mine only

there is but One Mind 

 

 

liever een man dan een talent

toen ik een klein lichtje was dat stond te wapperen aan het trapgat van de hemel
werd ik geroepen voor een talent of twee
 
er stond een hele rij, alle geboortes (15.000 volgens mijn man) presenteerden zich in dat uur
we flikkerden en flakkerden en bewonderden elkaars fonkeling
 
we giechelden en kakelden en lachten ons wat af
we riepen en zo nu en dan bulderden we van de lach
weten jullie nog vrienden en familie waar we toen het allerhardst om lachen moesten?
 
ik herinnerde het me zo even, zo even, herinnerde ik mij
dat we altijd zo lachen moesten jij en ik
toen we nog flikkerden en flakkerden en niet geboren waren
 
we moesten zo lachen zo lachen zo lachen bij de gedachte dat we op aarde ons alles zouden vergeten, zelfs dat wij bijelkaarhoren als papier en woord, ketel en water, hoog bij laag, en goed bij kwaad
wij noemen ons Adam en Eva 
 
jij proestte me toen nog toe: 'je gelooft het straks gewoon niet wat je allemaal aan ellende overkomt! hahahaha , wat jij straks gaat geloven aan onzin over wat ik je allemaal aandoe!! Hahahahaha, echt je zult het niet geloven'
 
en ik lachte al wat minder hard want ik geloofde toen al dat het misschien niet zo'n goed idee was om geboren te worden
maar jij zei terwijl je een arm om me heen sloeg: vergeet gewoon nooit dat we lichtjes zijn, en anders niet! en alles wat ik je doe doe ik om je weer terug te brengen tot dat inzicht, tot die herinnering, opdat je weer weet wie jij zelf bent! door mij! herinner je mij en weet je eigen natuur! dat zei jij mij allemaal, lieve vriend, man en metgezel in dit levensavontuur! 
 
 
 

van alles wat

als ik me zet tot het schrijven aan mijn boek

en ik heb geen zin

dan kan ik niet goed schrijven

wel vals, onecht, goedkoop, pocherig, zogenaamd grappig, zogenaamd professioneel, zogenaamd intellectueel, zogenaamd wijs, zogenaamd vanuit diepe gronden

maar de woorden van een raaskallende kunnen niet wijs of grappig zijn

de gevaarlijkst neiging die ik in mij ontdekt heb is de neiging mezelf voor Christus uit te geven

toen ik erachter kwam ben ik er opgelucht mee opgehouden

want ik kan je zeggen uit ervaring: doe het niet. ga niet aan het kruis hangen. belaad jezelf niet met schuld. je was onschuldig en je bent dat nog steeds. de rest is een nachtmerrie, een boze droom waaruit je ontwaken moet wil je vrede vinden

ik zeg je mijn lief, je treft geen schuld, zelfs niet toen je mij zoete woorden toefluisterde terwijl je me in je hart vervloekte

ik zeg je mijn lief, mijn liefst Judas, jou treft geen schuld. Zelfs niet toen je je kus in wilde ruilen voor verraad

Judas, je hebt je kus niet ingeruild voor haat. Een kus blijft een kus, je haat blijft haat, en de kus en de haat zullen elkaar nooit kennen omdat ze elkaar nooit kunnen ontmoeten.

De liefde in jou blijft ongeschonden, omdat de liefde de haat in jou niet ontmoeten kan, want waar de liefde is daar KAN de haat niet zijn.

De haat in jou vlucht voor de liefde in jou.

Ik bid je lieve vrienden de liefde in jezelf uit te nodigen,  nodig haar uit je te vergezellen in je hart,voor een moment. 

Ik bid je lieve vrienden de liefde voor slechts een klein momentje, een tel, een sekonde, een nanosekonde, een piep klein niemandal momentje terwijl je op de wc zit of onder de douche, of wacht op de lift. Gewoon, waar dan ook. De kleinste tel volstaat. Ik maak er een punt van omdat jullie altijd mopperen dat je geen tijd hebt. Dus nogmaals: TIJD heb je NIET NODIG

en dan als het je gelukt is dan hoor ik wel! haha, ik grijns al terwijl ik eraan denk. want daar op die plek ontmoeten wij elkaar opnieuw en wij verheugen ons beiden dat we onszelf en elkaar herkend hebben

als je je broeder wilt herkennen en liefhebben als jezelf, begin dan bij de waarheid van zijn onaangename, boze, jaloerse, vedrietige,eenzame, harde, koude, oververhitte, woorden te erkennen 

wat een klootzak je hem ook vind, wat een ongelooflijke trut je haar ook vind, begin bij het begin

ze zei iets, keek op een bepaalde manier, ik zag het en ergerde me eraan

hij deed iets, zo'n gebaar, bruusk, vernederend, ik voelde het en leed

ik gaf haar een kado, ze keek niet blij, ze had verheugd moeten zijn met dat ik voor haar zo'n mooi kado meebreng en ik besluit haar niet meer te zien

zo graag ik mijn eigen graf en ga erin liggen met mijn woede dat de mensen bijna nooit doen wat ik van hen wil

ik wil dat mijn dochter perfect is

en dat betekent:

beeldschoon van binnen en van buiten

gelukkig is zij dat anders had zij een vet probleem met mij

want ik ontdekte in mij de tiran, mijn hoogstpersoonlijke ego dat ik zelf gemaakt heb, waar het ego trots op is (ik heb er alleen maar last van :)

en hoe lief het ego ook fluistert soms tegenwoordig, het blijft niet ik

het zijn slechts gedachten, eerst boze, toen steeds vriendelijker, onechter, naderend naar wie ik werkelijk ben

wie ik ben is niemand want er is geen wie

wat ik ben is vrijheid want er is geen wat

wat ik voel is liefde en hier en daar wat gruis

wat ik voel is ontspanning,alleen mijn lichaam zit nog dicht

wat ik voel is dat mijn ichaam open gaat

en ohhhhhhhh ik zit op de glijbaan

hoeeeeeeeeee de achtbaan

hahahahahahah we gillen en kraaien van de pret

maar aan alles komt een eind behalve aan de vreugde van het hart

de vreugde van het hart gilt niet van plezier

maar als je goed luistert hoor je haar toch, zelfs in de schreeuw van de stervende vogel in mijn hand 

Ik neem je mee met dit gedicht 'van alles wat' en als je hier met mij aangekomen bent saluutik je aldus:

Namaste (hoera!) 

 

 

know your true nature

we suffer from not knowing and escape in knowing trivial things
forms and telling stories about things we like or things we fear

i tell you my gossips, my stories, my lifeevents as bad as
my ignorance is
i tell you stories of loved ones and enemies, of hate and fear, the good and the bad,
stories of revenge, and victory
and I who judges people, countries, religions, companies, beliefssystems, i that judge condemn and see evil in the other only, does never see there is no difference between the bad or the good
good or bad is defined by its opponent
and if i identify me with this, then automatically this sounds good to me, and 'not this; sounds bad, the opposite being the enemy, with every identification with a status, whatever it is, poor or rich, lovingly of hatefully, i project out the the opposite of the chosen being into you
what i think of me secretly, unconsciously is what i judge you for. how dare you say those things, i would like to be so free to say those things
well, i say to every soul, you are as free as me

suffering, war, it's all trivial , it is all forms fighting each other, bodies in war, thoughtforms at war with each other on the battelfield of your mind, of my mind
beliefs don't kill , but me being identified ' as the woman who believes she is right and you are not' does kill
beliefs don't kill, but me being identified 'as the man who has to save his beloved ones ' does kill
if you say to me : look around, earth is hell, we all have become murderers, one brother against the other 
yes i will say, that is exactly what we have made because we forgot our true origins, the one nest we all come from, us and the unborn

when honoust enough I can see this in me, it does happen smile-emoticon
and then i can see i never saw your beautifull you
i only saw what i thought i saw when my eyes met you and my brain started to dictate me lengt, weight, size and what I can find about all those characteristics of your form, not of you, since i never met you, it was my body meeting your body

there is no good only God, there is no bad only sad sin (the only sin you ever have done is forgetting who you really are)
there is a war in heaven going on
i can feel it in my own heart

i show you the stories i believe in
i am afraid to let go of them
don't threaten my story or i will threaten you
i don't see that it is me! who errs

then my sacred heart
the place where the kingdom is saved
beats so hard and loud
i have to pay attention because i think i might die
my brother attacks my house, my wife, my children
my heart beats so loud i am afraid to die out of fear

then i look deeply inside of me, death is near, nothing to fear

thanks to God 
it is all lies
all the stories are
we have good lies and bad lies
a good iie is: i love you
a bad lie is: i hate you
elegant ones , like 'bestowed upon' 
and humurous ones, like saying you like something and showing your lying face without being too serious about it
the untouchable lies, whe call those taboes
mothership for instance, or the body, even an illness can be a lie measured by the reference people have for it
and when you hear your child cry to you as you punish him, as you punish her this beauitull creature entrusted to you, you hear her , you hear him cry: you are lying!
then please admit it 
for his sake
for her sake
for your own sake as you will find it hard to forgive yourself i can say from experience
and no selfforgiveness no peace

horrible lies that make suffer and torture our minds and bodies 
lies like: i am different, i am special, i am better, i am worse, there is something wrong with me, i am evil, i am god and there is something wrong with you
how can these things be true when we are all one people, every humanbeing being my brother and sister if i like him or her of not, doesn't matter, we are still One, because God created us ike that
i want to say this because Jesus Christ died two thousand years ago because of the injustice done to Him by his brothers and sisters,for me that means me, because i am not Jesus, so i am sure i do injustice since i saw that before in my life 
and i tell you, it is very likely you have done some too

the poor body does not know, nor is it it's function to know the secret of our origin
it is solely the body's purpose to support the lonely spirit in its search for God
God gave us our bodies to cherish it, not worship it. God gave us our physics to have a vehicle through which we can be and marvell at the wonders of Life
Life is eternal, life does not know of time, life follows the rythm
Life is like the water that flows wherever you see and not see

when we die we die because of our fears
fear for love and her many forms, like truth, or transparency
fear for not-love and her many forms, like impatience, judgement,anger,jealously, worries
and then war starts again, somewhere, in your families, in yourself, in your country

and what do i hear on the news?: trivial things
never ever i hear the question asked when war starts: 'what the f@@ are we doing????!!!!! I stop me! 
i want to keep hope and i pray for good will to see Thruth
no one can threaten me since my belief is 100%
I am like you, my anger is like your yours
I am like you , i fear like you fear
I am like you, i love and hate
I am like you, i too fear my powerfull enemy
I am like you, i fear the devil
I am like you, i fear my ego
I am like you, i fear God
I am like you, i fear my thoughts
I am like you, my thoughts are fearfull
I am like you, i believe there are people who hate me
I am like you, i fear people who hate me
I am like you, i try to threaten my enemy
I am like you , I try to scare away the one who hates me and wants to kill me
I am like you, I try to scare away people who hate me more untill I surrender
I am like you, i live my thoughts
I am like you, lost in thoughts unquestioned

So i reach out to you and i say to you
you are my muslimbrother , you are my christian brother, my Hindu sister my caring sister, my lovely brother
and i, me , a woman, not very smart but smart enough 
know us to be united always
i respect you who does not believe this
as much as i respect me for not believing what you believe

how could i judge you for not seeing as I see? for not hearing what I hear?
I also do not see or hear what you see or hear 
and as far as I know, i could very well be delusional too
and in that case i prefer dreams of oneness and a loving God living in me and you the same, you as shiny and witty as me, you as funny and silly as me, you as dear and dear to Him as me

ik ben , ik ben niet

een nepik bouw ik op, een nep ik goed genoeg voor jou

Een nepik maak ik op, een  nep ik  mooi genoeg voor jou

Je ziet me niet want ik ben goed verstopt 

We kirren, lachen en huilen,

Allemaal met onze nep ik

En soms een keertje met onze echte ik

 

Maar nu kies ik voor het beste van ons beiden

Nu kies ik alleen nog maar voor jou

Mijn liefste, echtste, edelste ik,

Die de Duivel achter na zit tot in zijn diepste hol ahoi

Ik verstop mij als Satan’s liefje, zijn kleine kameraad

Die hij nooit kwaad zou doen, omdat zij hem altijd ter beschikking staat

 

Soms ben ik Desdemona

Die donkre zwarte hoer

Soms ben ik Pan, veeleer die fluiteraar,

Die ook de trom goed roeren kan

 

Ik ben de donder, de sneeuw de verten

Ik ben dat alles en nog meer

Ik ben het niets na alle verten,

Dat onafscheidelijke, dat lichte van het Niks, geen veer die op mijn leden rust

Geen grond zelfs die mijn voeten kust

Niets, het aller aller aller aller aller aller lichtste Niets.

zelfvergeving, een begin

vanwaar toch je zelfhaat mijn kind

hou je niet van je verwaandheid? je domheid, je ironie?

en van je sluwheid dan? je verdorven geile slechtheid?

ach kindlief, mijn kind mijn prachtige kind

dat betekent toch precies dat jij mijn gekozene bent, mijn enige, mijn liefste

wie anders dan mijn heilige heerlijke kind kan zich slecht, en ziek voelen alleen maar omdat ze denkt iets slechts te hebben gedaan, gedacht, gevoeld

wie anders dan mijn eigen kind heeft een geweten zo groot dat het zelfs alle kansen die ze heeft laten liggen op boetedoening betreurt. Alle kansen om dichter bij haar heerlijke zelf te komen. Zoveel hou jij van jezelf, zoveel heb jij jezelf lief, mijn kinderen, dat jullie jezelf de hel insturen om tot mij terug te kunnen keren 

een ander perspectief

kijk het is heel simpel

ik draai er mijn hand niet voor om

en jij ook niet

dan ben je jezelf en dan weer niet

dan ben je jezelf en hoe weet ik dat?

omdat je ferm bent, en helder, je ogen priemen klaar door mij heen en niets ontgaat ze

en dan ben je jezelf weer niet en hoe weet ik dat?

omdat ik je hart in je buik voel bonken, je hart in je keel zie slaan

jij noemt het angst, ik noem het de dood die het leven afknijpt

maar ik wil je niet nog meer angst bezorgen dus laat ons praten over dat andere waardoor ik het weet

ik zie het aan je trots, ik voel je triomf, je sadisme

ik zie het aan je nederigheid, je bescheidenheid, bah ik walg ervan

je verlangen goed te doen te helpen

hoe nobel ook, ik heb dat verlangen niet

 

dolce far niente

geef het maar op, geef je over 

alles wat ik wil moet ik opgeven

ik mag niets achter houden

niets stiekem tot het mijne rekenen

want ik ben niet langer van plan de prijs te betalen

die dat soort zaken kosten

het is belachelijk, bespottelijk duur!

een heel leven, al mijn geluk en rijkdom voor dat ene armoedige waardeloze stukje materie

nee, ik hou niets achter, dat is toch zoveel makkelijker ook

nooit meer een masker op, een vertrokken gezicht, een geverfde mond die het eten vies doet smaken

ik geef me over en gooi mijn wapens weg

hehe wat een zaligheid 

wat een rijkdom en overvloed ligt er in het onbetekende kleinste goed

wanneer ik maar goed kijk naar dat wat ik in mijn waan als waardeloos beschouwde

de hemel in een zandkorrel! 

mijn liefste ik

'ik gaf jou zomaar mijn stem zonder dat ik het in de gaten had. Jij kwam op kousevoeten en ging zitten, heel gewoon, alsof je er zoeven niet niet was.

ik zag je wel maar besefte niet dat je er zojuist niet was, ik voelde me anders maar wist niet dat jij het andere was.

Ik gaf jou zomaar mijn stem en wist niet dat ik mijn stem aan jou gegeven had, zo betoverd was ik door je spel.
Ik verliefte mij in jou, en alles dat mij toebehoort gaf ik jou. 

Ik verloor mijn stem, mijn woord
Zonder jou dacht ik niet te zijn.
Ik vergat mezelf
en zag alleen jou'

Irritatie versus Zelfliefde

als je de woorden niet begrijpt maar de klanken en beelden bekoren je
dan begrijp je ze toch, je genieten bewijst het
als je de woorden goed begrijpt dan bekoort het begrip je en bevredigt je diep
maar als je de woorden niet begrijpt en de klank is als een mes in je lijf
dan word je woedend , een briesende stier

Want: 'hoe weet jij wat ik weet?' Bries jij: 'jij weet NIKS over mij, ik trek me de haren uit het hoofd, uit jouw hoofd, ik kan deze grove ontkenning van mij niet meer velen.

Laat dit je pijn voorgoed tot bedaren brengen
Als ik zeg 'je' dan bedoel ik jou niet, ik bedoel mezelf
als ik zeg 'ik hou van je', dan ook bedoel ik 'ik hou van mij' 
Ik ben prachtig en ik wil mij zien overal waar ik kijk, ik wil mij horen overal waar ik klink, ik wil mij voelen overal waar ik tast

Overal waar ik ben, wil ik mij alleen zien want ik kan mij niets anders voorstellen dan mij 
En ik wil overal zijn om mijzelf in alles te zijn
En ik wil overal tegelijk zijn om geen moment van mij te missen

Ik sta in het midden van de tijd en zijn wieken zwiepen zwaar
och wat log en sloom kruipt daar torretje tijd
een merry go round paardestaartjes op en neer

Ik sta in het midden en reik ver uit verder nog verder eeuwig de eeuwigheid in en voorbij en voorbij altijd voorbij
ik glimlach onveranderlijk

Transavia Porto-Amsterdam

De stewardess komt langs met kaas en wijn
cashewnootjes ook zo fijn
ik schud van nee, maar ik smacht
en hoor de duivel die zacht lacht
we vliegen door, ik pak de kaart
het smachten is nu gerust bedaart
ik ga wat nemen, wat zal het zijn
de sandwich van de maand
of toch de tapas met de wijn
dan keer ik terug tot wie ik ben
ik aai mij zacht, ik voel mij fijn
en weg is alle smachten naar nootjes en zelfs naar wijn

Gedichten van de koude grond

Angst en echt geluk

De angst slaat haar vleugels om mij heen

het hart fladdert in mij rond

het lichaam krimpt ineen

Voorzichtig zeg ik dan mijn naam

ik roep haar zachtjes aan 

en eindeloos langzaam trek ik haar

tegen mijn warme liefde aan 

Lepeltje lepeltje

Mijn hand pluist zijn zachte haar

zo zacht als van een kind

zijn lieve haar, het eerste

door de ochtendstond bemint

zijn billen warm in mijn schoot

zijn rug zo stevig in mijn buik

we draaien, mijn schouder die raakt bloot

hij sjort het dekbed wat omhoog

en ik voel zacht harig achter mij

zijn been 

 

Het schrijven

Ik ben een schrijfster van geboorte

het was het eerste dat ik kon

in mijn hoofd schreef ik verhaaltjes

in mijn moeders buik in beeldentaaltjes

 

Ik ben een schrijfster van geboorte

later bij het plaatjes kijken

zag ik sprookjes waar ik keek

ik rook de appel in de mand

en zag hem in Sneeuwitjes hand

en kon maar niet begrijpen

waarom zij het gif niet ruiken kon 

 

Ik ben een schrijfster van geboorte

en teken alles op

in mijn hoofd, soms uit mijn pen, het maakt niet uit

waar of ik ben

ik zie alles, goed en kwaad

de rotte vruchten van het zwarte zaad

de wanhoop, wraak en zoete pijn

de haat, de dood, het vuig venijn

 

Ik ben een schrijfster van geboorte

het zit in m'n merg en bot

mijn bloed is zwaar van alle weemoed

en in mijn pit zit rot

 

Ik ben een schrijfster van geboorte

het is niet niks, en ook weer wel

als schrijfster van geboorte gedij ik goed  op kommer

en ook op kwel

 

Ik ben een schrijfster van geboorte

ik heb lief met heel mijn hart

mijn eigen, allerfijnste, hoogste

mooiste, schrijverschap. 

Sprookje

Er was eens een eenvoudige arbeidersvrouw die 's ochtends bij het wakker worden tegen haar man, een eenvoudige arbeider zei: 'ik ga hier weg. Ik stik hier. Als ik hier blijf dan ben ik volgend jaar dood." Beiden lagen deze woorden in stilzwijgen te verteren. Toen liet haar man een welgemeende scheet en sprak de gedenkwaardige woorden: 'Dan verkopen we ons huis. Ik ga met je mee!" Ze sprongen verheugd uit hun warme bed, maakten een dansje in de badkamer en riepen allerlei gekke dingen naar elkaar. Zoals: 'een hut van klei met een strooien dak'. En: 'ik ga Noors leren' En: 'op een boot, jij wordt Piraat en ik je Lief'.

Dezelfde dag nog riep de vrouw het nieuws in het rond en algauw regende het adviezen en tips. De vrouw werd doornat en raakte door het dolle heen. Ze greep haar man bij de arm en sleurde hem tegen stribbelend achter zich aan het vliegtuig in, op weg naar verre oorden om daar haar Droomhuis te vinden. Een eeuwigheid sjokten de twee van hot naar her, over gevaarlijke wegen, langs instortende gebouwen, glibberend over modderpaden, over met sneeuw bedekte spekgladde hellingen, langs ijzingwekkend diepe afgronden, door snikhete dorpen blakend in de gloeiende zon waar schaduw noch water was. Het was de hel. Zo verzuchtte haar man dagelijks. Maar de vrouw was een flinke opgeruimde vrouw die niet snel opgaf en ze ging door, haar steeds ongelukkigere echtgenoot onder de arm, liep zij zo hard als ze kon van heg naar stek. Totdat daar, aan het einde van de wereld want zo ver waren ze al, de man met de Zeis stond en haar toebulderde: TOT HIER EENVOUDIGE VROUW, EN GEEN STAP VERDER. Ze schrok zich halfdood, maar gelukkig niet helemaal (anders had dit verhaal niet opgetekend kunnen worden) en ging snel op haar knieen liggen voor die imposante man met die grote zeis en huilde haar hart uit haar lijf van spijt om haar dommigheid. En toen dat klaar was, moest ze verschrikkelijk hard lachen om dezelfde dommigheid. Dat was wel gek vond ze. Eerst huilen en dan lachen, zou huilen en lachen hetzelfde zijn? Nou ja. de vrouw ging slapen en de volgende dag ging het echtpaar opgelucht weer huiswaarts. En toen ze thuis kwamen zagen ze daar, niet ver van hun oude huis, het prachtigste sprookjeskasteel dat ze ooit gezien hadden. Hoe kon het bestaan dat ze dat huis nooit eerder gezien hadden? Het was niet minder dan een wonder. Ze waren blind geweest en nu leek het wel alsof een nieuwe wereld zich in het oude opende. En verheugd trokken ze die nieuwe wereld in. Wat blonk alles, en wat was alles ruim en licht! En behaaglijk warm! En zo gezellig! Ze hoefden helemaal niet af te zien en geen kou en armoe te lijden. Ze konden zomaar genieten van al het moois dat hen toeviel! Ze hoefden niet in de karige hut van arme vissersvrouwen te vertoeven. Nee, ze mochten heerlijk slapen in zachte bedden, met het mooiste linnen, genietend van al het goede der aarde. Het enige wat ze hoefden te doen was hun hart openen en luisteren naar de mooie klanken die daar uit verschenen en gehoorzamen aan de lieflijke stem die hen vanuit hun harten toesprak: 'Ga door. Vrees niet. Heb lief." En zolang ze dat deden leefden ze nog lang en gelukkig.

het begin

Een klein verhaaltje met grote gevolgen

 

‘Op een dag werd de kleine Marja geroepen in de hemel. Zij was een lief klein engeltje gezegend om de vreugde die ze altijd vond in het helpen van haar broertjes en zusjes en vader en moeder. God had om haar gevraagd en zijn bediendes brachten haar bij hem.  ‘Lieve kind ‘ zei God. En hij vatte haar kinnetje in zijn hand en kneep er even in.

‘Wil jij mij een groot plezier doen’? vroeg hij en keek haar ernstig aan. Marja vond het altijd fijn om haar Vader een plezier te doen maar helemaal vertrouwen deed ze het ook niet , ze miste de twinkeling in zijn ogen en zijn ernst verontrustte haar, dus vroeg ze voor de zekerheid: ‘wat voor plezier, Vader?”

Haar Vader glimlachte even en zei toen: ‘zou jij naar de Aarde willen gaan om daar een klusje voor me te doen’? Marja rimpelde haar neusje en tuitte haar lippen en klemde ze toen op elkaar en zei niets. Ze dacht diep na.

 

De aarde, dat was nogal wat. Ze wist dan moest je in een lichaam van vlees en bloed en ze hield zo veel van haar hemellichaam dat enkel uit licht bestond. Ze vond zichzelf heel mooi, maar op aarde … dat wist ze nog zo net niet.  Ze had gehoord dat het er soms koud was of juist heet,  en donker, en dat er straffe winden waaiden en dat je er dood ging aan de naarste oorzaken. Maar het allerergste wat ze over de aarde had gehoord was dat haar hele familie daar elkaar naar het leven stond. De lichamen van de mensen werden beschadigd en gedood door hun eigen acties en de acties van de familieleden. En niet alleen hun eigen lichamen maar ook dat van de aarde, de bomen en de dieren, het was er best heel erg verschrikkelijk. En de bazen op aarde waren vaak nog verschrikkelijker dan de mensen waar ze leiding aan gaven, er was haar niet 1 verhaal ter ore gekomen van een goed bestuur zoals haar Vader dat graag zou zien. En er werd ook gezegd dat op de Aarde ieder mens vergeten was wie ze werkelijk was en waar hij vandaan kwam. Er werd gezegd dat de mensen geen idee meer hadden van hun ware prachtige aard! En dat het lijden van alle mensen en de dieren tezamen zo groot was dat het al op kilometers afstand in de ruimte te voelen was. Er werd gezegd dat de aarde bijna ten onder ging in het leed, dat de zeeen in een wanhopige poging de mens wakker te schudden gebouwen wegsleurden, hun valse goden in het verderf storten tezamen met mens en dier die jammerlijk ten onder gingen. Er werd gezegd dat de droefenis van dier en mens zo zwaar woog dat de aarde doorboog en rilde en scheurde. Deze gedachte aan het grote vergeten en het grote lijden bezorgde haar een koude rilling voorzover dat mogelijk was in de behaaglijk warme  Hemel waar ze vertoefde.

 

“Nou Vader”, zei ze aarzelend. “Ik weet niet of ik ga. Ik wil het nog niet, maar als ik kan begrijpen waarom u het wilt, dan misschien wel.” ‘Als u mij zegt dat het het allerheerlijkste is wat er bestaat, dat mijn leven op Aarde beter en mooier zal zijn dan mijn leven in de Hemel, dan ga ik .”

En God, die niet alleen Marja’s Vader is , maar de Vader van  Ieder Kind op Aarde en in de Hemel, vertelde haar dat Hij zich ernstige zorgen maakte om de toestand op de Aarde, hij vertelde er niet veel over , want Hij wilde Marja niet onnodig bang maken, maar Hij wist haar duidelijk  te maken dat Hij Marja wilde sturen om wat meer helderheid en waarheid in de duistere leugenbrij die op de Aarde heerste, te brengen. Geen onbelangrijk klusje, dat was wel duidelijk. En het was zeker niet ongevaarlijk, ze zou veel tegenstand op haar Pad vinden en vele moeilijkheden en gevaren wachten haar al. Ze slikte een beetje moeilijk. God vertelde haar echter ook over de rijke beloning die haar wachtte, onderwijl bloempjes plukkend wandelend over haar Levenspad, ze zou in staat worden gesteld in de heiligste communie te verkeren met alles dat leeft en kruipt over de Aarde.  Ook met andere mensen zou ze in die communie kunnen verkeren als ze dat wenste. Marja voelde wel hoe heerlijk dat moest zijn, juist omdat het op Aarde niet vanzelfsprekend was om in gezamelijkheid iets te ervaren zou het daar des te bijzonderder en mooier zijn.

God vertelde haar over hoe hij de Aarde gemaakt had als een oord van zinnelijke verrukking voor al wat leeft en hoe hij zijn kinderen er naar toe had gebracht ongeveer 200.000 jaar geleden toen de hemel en aarde helemaal af waren en klaar om genoten te worden. En dat hij natuurlijk niet zijn eigen Wil op wilde dringen, dan was er niks aan , ook niet voor God. En daarom had hij de mens de eigen wil mee gegeven, wel wetende dat ze pas gelukkig konden worden als ze hun petieterige willetje dat alleen maar op hebben gericht is, zouden inruilen voor Zijn Geweldige Wil die enkel op Zijn is gericht.

 

God schilderde haar een reis over de Aarde zo betoverend en spannend, met zoveel wilde dieren en wilde mensen, vol met magie en onbekende gevaren die evenzovele zegeningen zouden blijken te zijn als ze zich er eenmaal mee geconfronteerd had. Ze zou met draken strijden en onbekende wouden binnen trekken, ze zou wilde dieren temmen en met wilde mensen in hun hut het voedsel delen. Ze zou haar magische krachten behouden maar ze zou er zoveel van kunnen gebruiken als ze in staat was om met de hoogst mogelijke zorgvuldigheid te hanteren. Met andere woorden als ze anderen pijn toebracht dan zou dat haar ontwikkeling schaden. Maar zelfs de aanblik van de kolibri en van de nog veel zeldzamere eenhoorn zou haar gegund zijn als ze eenmaal zover was.  Zoveel magische gebeurtenissen –hij wist dat ze daar dol op was- en hij beloofde haar dat ze zich heel ver zou ontwikkelen en dat ze samen met andere mensen van de aarde een betoverend mooie plaats zou maken. En dat Hij haar nooit maar dan ook Nooit, geen seconde, in de steek zou laten. Altijd zou hij bij haar zijn, in haar falen en in haar slagen, in haar oneer en in haar eer.

Toen vroeg hij haar wat ze aan gaven dacht nodig te hebben om de klus te laten slagen.

Ze mocht uitzoeken wat ze nodig had, niets meer of minder, dus dacht ze goed na voordat ze hem vroeg om een heldere blik, een moedig hart, en een trotse gang.

‘Waarom een trotse gang’, vroeg God een beetje verbaasd.

“Nou ik begrijp dat ik veel tegenstand ga krijgen, het laatste wat ik wil is dat ik met geslagen rug en gebogen hoofd over de Aarde slof. Ik wil hoog met mijn hoofd in de hemel en stevig  met mijn voeten op de grond, recht, over de aarde gaan. Mijn vijanden mogen mij verslaan maar zij zullen mij nooit zien wanhopen aan de uiteindelijke overwinning. Want die is voor U!” God glimlachte en knikte.  

Hij zei ook het volgende: je zult dit alles mee krijgen, maar ik moet je een waarschuwing geven, ‘alles wat je met je meedraagt over de aarde, heeft een zon- en een schaduwkant. Dit kan niet anders omdat de Aarde de wereld van de Vormen is, en die werpen hun schaduw als ze niet volledig in het licht staan, maar een beetje uit het midden. Dus je moedig hart heeft, als ze niet volledig in het Licht durft te staan en zich niet volledig durft te laten zien en te laten gelden in het heldere licht van de Waarheid, een schaduw van Angst. En de schaduw van je heldere blik, als je de helderheid van je blik niet verdragen kan omdat het pijn doet je eigen falen en fouten te zien, is het donker en de misère. Hoe donker , dat ligt aan hoe ver jij je verwijdert van het Licht der Waarheid.

En de schaduw van je trotse gang is de Eenzaamheid, de Eenzaamheid die ieder ten deel valt die niet volledig Al Een durft te zijn. De paradox met de Eenzaamheid is dat pas als je haar volledig ervaren hebt, je kunt zeggen: ja, ik Ben Een Zaam. En dan ben je dus niet meer eenzaam, maar met iedereen tezamen. Als een, met de anderen. AL EEN.

 Ik kan je niet zeggen hoe dit allemaal eruit ziet of hoe je het zult voelen, je gaat daar zelf achter komen door in het diepe te springen en JA te zeggen tegen het Leven dat je wacht daar op die mooie blauwgroene planeet.

Kom ga nu naar bed, morgen ben je jarig, en zul je geboren worden uit je lieve moedertje.

Marja  vroeg een beetje benauwd of ze er toch nog een nachtje over mocht slapen, want ze had het net zo heerlijk in haar hemelhuisje met al haar broertjes en zusjes, elke dag spelletjes doen met de zonnestraaltjes en de sterren die  stralen aan de hemel, zonder oorlog of pijn. Ze maakte zich een beetje ongerust over die schaduwen waar haar Vader haar over had verteld, vooral over die Angst. Ze kende geen Angst en ze had ook geen behoefte aan een kennismaking. Ze realiseerde zich toen nog niet dat haar moedig Hart vanuit de Toekomst zijn schaduw al op haar had geworpen. Angst zich al deed gelden. Had ze toen dit gevoeld en erkend dan had dit verhaaltje heel anders afgelopen. En misschien dat die andere versie in dit verhaal nog ergens aan bod gaat komen. Wie weet?

 

Marja ging de volgende dag niet naar haar Vader terug, ze koos ervoor om net te doen alsof ze het vergeten was. Eerst dacht ze nog: ik zeg het zo wel, eerst nog even afwassen en koffie zetten, dan ga ik het zeggen, maar de hele dag ging ze niet. En  toen gebeurde er iets geks, die dag was ze voor het eerst van haar leven niet 100% gelukkig. Er ontbrak iets aan haar geluk. Maar wat? Geen moment dacht ze meer aan de vraag van haar Vader, datgene waarvan ze eerst net deed alsof ze het vergeten was, raakte al snel werkelijk en volledig vergeten.

 

Er verstreken vele, ontelbaar vele dagen. Marja werd elke ochtend in een somberdere wereld wakker, haar vage ongerustheid van weleer was een enorme Angst geworden die  dag en nacht over heen lag. In de nacht vocht ze met monsters en nachtmerrie’s en overdag met haar collega’s, familie en vrienden. Maar hoe ze ook vocht en werkte, ze schoot niets op, ze maakte carriere, kreeg een kind, maar ze bleef wanhopig ongelukkig. Ze trouwde een goede man en nog steeds wanhoopte ze of ze ooit het ware geluk mocht smaken.

 Het licht overdag werd nu afgewisseld met donkere nachten, soms was het zelfs overdag nauwelijks licht. Haar vrienden kregen vreselijke ziektes, ze jammerden hun leed uit en sommigen stierven. Haar eigen leed schreeuwde ze ook zo nu en dan uit, het liefst in de Eenzaamheid die ze vreesde maar waar ze ook steeds vaker haar toevlucht in zocht. Er was altijd kou of onverdraaglijke hitte, vooral in de jaren waarin haar vrouwenlichaam in de overgang was, en het ergste was dat elke ochtend als ze wakker werd er een grauwsluier over de wereld lag, waardoor alles lelijk en dof en stoffig was. Haar ogen zagen niet helder, in de Spiegel keken twee grijzige ogen haar aan, de kleuren waren vaag, alsof het Leven eruit was. Elke ochtend  stond ze met moeite op, snauwde haar dochter af en met de grootste inspanning kleedde ze zich aan en ging ze naar haar werk, waar ze wanhopig steeds hardvochtiger vocht om de macht, samen met de anderen die net zo verdwaasd en agressief waren als zij.

God wat was alles grauw en grijs en afschuwelijk hier. En wat zeurde  iedereen, het was 1 grote oorlog om Aandacht hier. En wat waren de mensen lelijk. Met troebele ogen en frommelneuzen en een lompe gang. En slecht! En oerstom, vooral degenen die zelfgenoegzaam waren en  zichzelf en hun verschrikkelijk slechte daden heel bewonderenswaardig vonden. Ze walgde van hen en ze walgde van zichzelf.  Ze wilde al heel lang dood, ze had geen idee wat het betekende om dood te zijn, maar het kon niet erger zijn dan dit, en waarschijnlijk beter.

 

Toen ze op een wel heel erge dag ‘s avonds doodmoe en gedeprimeerd thuis kwam overdacht ze dit alles voor het eerst, de rauwe werkelijkheid ervan kwam eindelijk tot haar zonder dat het haar nog lukte er iets hoopgevends en leugenachtigs positief tegen in te brengen. Ze voelde zich bang, eenzaam en depressief. Ze voelde zich verslagen en ze was de wanhoop voorbij, ze wist met een doffe pijn dat er geen uitweg was uit deze Hel. Ze had geld, ze had schoonheid, ze had jeugd, ze had een goed huwelijk, een gezond en prachtig engelenkind, een groot huis, een carriere , een fijne familie, lieve vrienden, en nog niet gelukkig. De wanhoop voorbij wist ze al vele jaren dat ook zelfmoord haar niet zou helpen , want dit waar ze zo onder leed zou ook na haar dood zeker niet verdwijnen. Ze wist dat zelfmoord haar niet redden kon , en had werkelijk geen enkele hoop meer. En eindelijk daagde het haar:  Ik weet het niet meer, ik zie geen enkele oplossing, geen enkele uitweg uit deze hel, erkende ze en ze gaf zich over, ze hield op met vechten tegen het vreselijke gevoel van wanhoop en verslagenheid en uiterste depressie. Het gevoel van groot verlies, van een pijn die nooit meer over zou gaan.

 

Vaag werd ze zich na enige tijd iets anders gewaar, alsof er iets zich kenbaar wilde maken, en waar zij onoplettend niet voldoende aandacht aan schonk. Met iets meer interesse richtte ze het beetje aandacht dat ze over had (zo druk was ze nog met het overdenken en ervaren van haar miserabel en mislukt bestaan) op die steeds duidelijker wordende aanwezigheid die duidelijk anders voelde dan haar oude vertrouwde pijn. Ze hoorde ‘het’ zelfs hardop haar naam zeggen: Marja, hoorde ze. Alsof het haar wilde wakker maken . Een prettige mannenstem zei:’Marja’. Zonder sentiment, zonder oordeel, heel zuiver, alleen om haar wakker te maken uit haar nachtmerrie, het was de klank van de stem die geen bijbedoelingen heeft. Die klank had ze nog nooit in haar leven gehoord! ‘Marja’ herhaalde ze voor zich uit. Ik ben Marja. Ze keek naar haar lichaam en kneep zichzelf in haar arm, ze was van vlees en bloed! ‘Ik ben een mens’, zei ze voorzichtig , ‘ik heet Marja’ en een prettige opwinding kwam opzetten  en ze strekte zich uit op haar bed, voorzichtig genietend van het weldadige gevoel. Ze voelde een warmte in haar hartstreek, de warmte verspreidde zich en ze voelde de aanwezigheid van Jezus Christus bij haar. Ze was niet opgevoed in het geloof in Hem, maar ze had Hem altijd meer of minder bewust bij zich geweten. Een onbeschrijflijk geluksgevoel doortrok haar en ze genoot in stilte van dat wat haar nooit verlaten had, maar waar ze al zo lang blind en doof voor was geweest. Haar lichaam strekte zich uit op het bed en gaf zich in volledige ontspanning over aan het zalige gevoel daar te liggen met haar beste vriend Jezus . En later, na nog meer wonderbaarlijke gebeurtenissen, na heel veel omzwervingen die ze nu vanuit haar hart kon ondernemen, met genoeg vertrouwen in haar broeder Jezus om nooit meer echt ongelukkig te zijn, later kwamen de herinneringen aan vroeger, aan voor haar geboorte langzaam terug.

Vele jaren later herinnerde ze het zich weer: God’s vraag, en herinnerde ze zich dat ze ooit en nog steeds eigenlijk in de Hemel woonde en dat haar Vader en Moeder daar waren en dat ze al die jaren op Aarde in een roes had rond gelopen, zichzelf , haar ware oorsprong vergetend, ontkennend en tekort doend totdat Jezus, haar liefste broer, haar wakker had gemaakt uit haar nachtmerrie. En dat had hij kunnen doen omdat ze opgehouden was met raaskallen, denken, vechten, praten, antwoorden. Ze had zijn stem pas kunnen horen toen ze toegaf dat ze het niet wist, dat ze haar stinkende best had gedaan vanaf haar geboorte, maar dat ze moest toegeven dat haar leven een zooitje was ook al zag het er van buiten heel mooi uit! Vanaf dat moment was haar terugkeer naar Huis begonnen. En nu, zoveel jaren nadat ze die Aanwezigheid had gevoeld, herinnerde ze zich ook weer dat ze vrijwillig en bewust op de Aarde was gekomen, en  ook waarom. “Uw Wil Geschiede” had ze gezegd en:’ niet mijn wil”,  en ze was dankbaar omdat ze ze zich alles weer herinnerde. Dit was het geluk waar ze al zo lang naar op zoek was geweest , sinds haar geboorte bijna, dit was het, terug gevonden door alleen maar een herinnering van dat wat haar nooit had verlaten, maar wat zij zelf onschuldig en dom als ze was, had verlaten.